ZEEWATER

Diverse artikelen

       

Zeewater verschilt van zoetwater door het zoutgehalte meestal tussen 2 en 4%.

 Deze schommeling van het zoutgehalte is erg belangrijk.

Het is noodzakelijk het zoutgehalte van het aquarium zo dicht mogelijk bij dat van het natuurlijke gebied der dieren te houden.

Het lijkt vanzelfsprekend, dat natuurlijk zeewater het beste zou zijn.
Maar door de milieuvervuiling kan dat een riskante zaak zijn.

Daarom is het veiliger kunstmatig zeewater te gebruiken.

In tegenstelling tot natuurlijk zeewater dat zeer veel "leven" bevat is kunstmatig zeewater "dood".

De meeste in de handel zijnde zeezouten zijn uitstekend geschikt voor aquariumwater.

Ze bevatten ook de zgn. sporenelementen die voor bepaalde biologische processen noodzakelijk zijn.

Deze sporenelementen maken het dan ook noodzakelijk regelmatig een deel van het water te verversen. Het nadeel van kunstmatig zeewater nl. dat het zo weinig "leven" bevat kunnen we als volgt opvangen:

Het zoutmengsel moet in leidingwater opgelost worden in een schone gifvrije emmer.

Deze oplossing moet dan ongeveer 48 uur goed doorgelucht worden.

Aan het water voegen we dan een paar liter water met vuil of filterinhoud van een goed draaiend aquarium toe en laten het dan een week met rust.

Een andere manier om de biologische processen op gang te krijgen is met het zgn. levend steen.

Dit "steen" bestaat uit talloze levensvormen die het water als het water met leven "besmetten".

De zuurgraad van zee- en zoetwater is erg belangrijk.

Ze wordt uitgedrukt in de z.gn. pH (waterstofionen-concentratie).

Neutraal water noemen we pH 7.

Alkalisch water heeft een hogere pH.

Zuur water een lagere.

Om goede kweekresultaten te verkrijgen moeten we voor sommige soorten een vrij lage pH-waarde hebben maar over het algemeen voelen de meeste zoetwaterdieren zich prettig bij een pH van 6,5-7,5.

De pH van natuurlijk zeewater ligt gewoonlijk tussen 7,9 en 8,5 en is dus licht alkalisch.

In het aquarium zijn de uiterste grenzen 7,5 en 9,5.

Het beste resultaat wordt verkregen bij een pH van ongeveer 8-8,3.

De pH van vers aangemaakt zeewater wil nog wel eens dalen tot 7,7 en 7,3.

Maar als het goed is stijgt de pH na een paar dagen weer tot boven de 8.

Omdat de pH voor vele biologische processen belangrijk is moet deze regelmatig gemeten worden met lakmoespapier of nauwkeuriger meetsets die in de handel verkrijgbaar zijn.

Als de pH te laag is (zuur water) kunnen we die omhoog krijgen door toevoeging van sodium bicarbonaat (NaHCO,); als daarentegen de pH te hoog oploopt moeten we potassium dihydrogeen orthotostaat (KH, PO.) toevoegen.

Koraalzand en gemalen oesters (kippegrit) hebben een bufferend effect en houden de pH stabiel.
Alle dierlijke organismen belasten het water met hun
uitscheidingsprodukten (urine en uitwerpselen). Dit zou waterbederf kunnen veroorzaken door een te grote concentratie van ammoniak.

Maar in een goede bak wordt de ammoniak door bacteriën afgebroken via het ook nog giftige nitriet tot het ongevaarlijke nitraat.

Voor bepaalde processen is nitraat zelfs noodzakelijk (planten­groei).
Een nitraatconcentratie van 100
mg/l is echter al zeer hoog hoewel sommige organismen het tienvoudige van deze concentratie kunnen verdragen.

Weelderige plantengroei of waterverversen gecombineerd met een goed biologisch filter houdt de nitraatconcentratie onder controle.

In overbevolkte bakken kan een eiwitafschuimer veel eiwitten aan het water onttrekken vóór ze aan het ammoniakproces gaan deelnemen.