DIANEMA LONGBARBIS

Dieren index » Zoetwater dieren

Deze meerval komt voor in het stroomgebied van de Amazone.
Hij wordt 9 cm lang.
Geslachtelijk dimorfisme is niet opvallend; de mannetjes zijn iets slanker dan de vrouwtjes en de eerste stralen van de borstvinnen zijn iets langer.
De
Dianema longibarbis verkiest in de natuur rustig, schaduwrijk water in de buurt van oeverbeplanting.
De mannetjes maken schuimnestjes aan de onderkant van grote bladeren van waterplanten.
In gevangenschap kunnen die vervangen worden door plastic schoteltjes met een doorsnede van ongeveer 20 cm, die omgekeerd op het wateroppervlak worden gelegd. Het vrouwtje zet zo'n 300 gelige eitjes af in het schuimnestje; de eitjes hebben een doorsnede van 1,5 mm.
Het mannetje waakt over het nest en de eieren.
Breng de schotels met de eitjes over in een andere bak.
Water: 24°C; pH 7,0; dGH 8-10°; dKH minder dan 2°.
Kleur het water licht met methyleenblauw.
De incubatietijd (de tijd die verstrijkt tussen het bevruchten en het uitkomen van de eitjes) bedraagt 5 dagen.
Sommige embryo's zijn niet in staat om door de schaal heen te breken; je kunt ze helpen door er zachtjes met een ganzenveer op te tikken.
Het verteren van de dooierzak duurt 24 uur en de larven beginnen gelijk voedsel tot zich te nemen.
Als eerste kun je ze het best artemia's geven.
In de eerste levensdagen zijn jonge visjes zeer gevoelig voor eiwitstoffen en temperatuurdalingen; vaak worden ze door schimmels aangetast en sterven ze.
Het is dus een goede zaak het water met actieve koolstof te filteren en vaak de helft van het water te verversen.
Later worden de visjes hier minder gevoelig voor.