FARLOWELLA SPECIES Naaldmeerval

Dieren index » Zoetwater dieren

             

Lengte: 15-25 cm.

 

Bak: 80 cm.

 

Laag: substraatgebonden.

 

Water: pH 6-7.5; zacht tot hard; 24-28 °C

 

lnrichting: bak met lange, horizontale kienhoutwortels.
Het beste I paartje alleenhouden.
De mannetjes vormen territoria en hinderen elkaar bij het eten.

 

Gezelschap: zeer kleine vissen van de hogere waterlagen, die geen voedselkonkurrenten zijn; combinatie met voedselkonkurrenten leidt gemakkelijk tot verhongering van het dier.

 

Voer: groenvoer om af te schrapen, dierlijk diepvriesvoer. droogvoertabletten; kienhout om af te raspen is zeer belangrijk, omdat het een noodzakelijke ballaststof vormt.

 

Geslachtsonderscheid: mannetje met bakkebaarden.

 

Kweek: als bij Sturisoma aureum.
Vrouwtje na het afzetten verwijderen, zodat het mannetje zich ongestoord met de broedzorg kan bezighouden.
Eerste opfokvoer: beslist zacht groenvoer aanbieden, ook experimenteren met arternia-naupliën en droogvoertabletten.
Kunstmatige opfok mogelijk (zoals beschreven bij
Sturisoma aureum).

 

Biotoop: ondiepe oevergedeelten van stilstaande of stromende wateren met veel gevallen hout of dichte plantengroei, in het gehele Amazonegebied.

 

Opmerking: er zijn talrijke verschillende Farlowella-soorten, waarvan de determnatie vaak moeilijk is.