APHYOSEMION BIVITTATUM

Dieren index » Zoetwater dieren

          

Orde:

CVPRINODONTIFORMES,Tandkarperachtigen.

Familie:

CVPRINODONTIDAE, Eierleggende tandkarpers.

Naamsverklaring.

Aphyosemion: kleine wimpeldrager ; bivittatum: met twee banden.

Herkomst:

Westafrikaanse moerasgebieden van Togo tot aan de Nigerdelta, Kameroen en equatoriaal Guinea.

Uiterlijk en levenswijze:

De karakteristieke kentekenen zijn twee donkere lengtestrepen, waardoor de vissen een bijzonder slank uiterlijk krijgen.
Het meest duidelijk zijn de strepen bij vissen uit het westen van het verspreidingsgebied, bij meer oostelijke stammen zijn ze zwak of o
ntbreken geheel.
Verdere kentekenen die afhangen van de plaats van herkomst zijn rijen metaalglanzende puntjes bij de mannetjes, die bronskleurig tot grasgroen kunnen zijn.
Als men twee om een vrouwtje vechtende mannetjes ziet, zijn ze nauwelijks herkenbaar.
De 2 lengtestrepen zijn op een klein streepje bij de ogen na geheel verdwenen en de vinnen staan hoog uitgespreid.
De vis ziet er dan veel groter uit dan normaal.
Dat is ook het doel ervan, namelijk groter te schijnen dan in werkelijkheid om zo de rivaal te imponeren en de eigen kracht ten toon te eprëiden.

Aphyosemion-soorten zijn een goed voorbeeld van het bij vele vissen voorkomende imponeer- en dreiggedrag.
Bij gevechten worden vaak de lange vinnen beschadigd, want deze scheuren snel, groeien later echter weer aan, waarbij de oorspronkelijke vorm soms verloren gaat en zelfs bizarre vormen kunnen ontstaan.

Het vrouwtje van deze vis heeft een donkerder grondkleur, bezit echter ook de beide lengtestrepen en de rode vlek op de staartwortel.
De vinnen van het vrouwtje hebben echter alle afgeronde randen en daardoor zijn de geslachten eenvoudig te onderscheiden.
Ook deze soort behoort tot de plantenleggers.

Verzorging:

Zie bij A. australe.
Schuilplaatsen zijn aan te bevelen, aangezien de vissen fel licht niet verdragen en zich dan willen verstoppen.
Dichte bosjes planten zijn voor het afzetten van de eieren noodzakelijk.