AEQUIDENS PULCHER Blauwe acara

Dieren index » Zoetwater dieren

       

Orde:

PERCIFORMES, .Baarsachtigen.

Familie:

CICHLIDAE, Sierbaarzen.

Naamsverklaring:

Aequidens: met evenlange tanden; pulcher: mooi.

Herkomst:

Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika.
Voornamelijk bij de oevers van stilstaand water, waar zich tussen planten en stenen voldoende schuilmogelijkheden bevinden.

Uiterlijk en levenswijze:

In de aquaristiek behoren de soorten van het geslacht Aequidens tot de grote vissen.
Ten opzichte van de andere families der Baarsachtigen hebben de Sierbaarzen - naast andere kenmerken - slechts twee neusopeningen; de vertegenwoordigers van de andere families hebben twee neusopeningen aan iedere zijde van de kop.
Typisch voor de Blauwe acara zijn de helblauwe, metalig aandoende punten op de Iichaamsschubben.

Zoals alle Sierbaarzen valt het geslacht Aequidens niet alleen op door de prachtige kleuren, maar ook door een veelzijdig voortplantingsgedrag.
Balts, paarvorming, eiafzetting, broedzorg en territoriumvorming zijn in het aquarium vrij gemakkelijk waar te nemen.

Om deze redenen zijn Sierbaarzen voor de vergelijkende gedragsstudie een ideaal object ende wetenschappelijke analyse van hun gedrag heeft tot interessante resultaten geleid.

Na de paarvorming, die kort op de ba1ts volgt, zoeken de dieren een zo mogelijk gladde en horizontale plaats op voor de eiafzetting.
Is een goede plaats gevonden, dan wordt deze met grote zorgvuldigheid schoongemaakt.
Beide ouders zuigen hiertoe alle ongerechtigheden met de bek op en brengen die weg.
Pas dan kleven de vrouwtjes zorgvuldig ei naast ei op de schone onderlaag terwijl de mannetjes de eieren bevruchten.
Aequidens
legt er ongeveer 2000,
hetgeen enige uren kan duren.

Terwijl de eieren zich nu tot larven ontwikkelen, worden ze door de ouders constant verzorgd en bewaakt.
Boven de afgezette eieren zwemmend, zorgen ze door waaieren met de borstvinnen voor een constante stroom water, die verhindert dat de in natuurlijk water veel voorkomende modderdeeltjes de eieren bedekken en zo beschimmelen bevorderen.
Gelijktijdig wordt door het water voldoende zuurstof voor de eieren toegevoerd.

De na enige dagen uitgekomen larven kunnen nog niet direct zwemmen. Ze worden door de ouders in een klein, in de bodem gegraven, kuiltje ondergebracht.
De kuiltjes worden al voor het uitkomen van de eieren door de ouders gemaakt, die daartoe zand met de bek opnemen en op een andere plaats weer uitspugen.
De larven worden na het uitkomen eveneens met de bek opgenomen en in een kuiltje verzameld.
Dikwijls worden ze naar andere plaatsen overgebracht. Hoogstwaarsdüjnlijk verhindert dit regelmatig verhuizen het gevaar van gebrek aan zuurstof en van microörganismen voor de dicht opeenlevende larven.
Als de larven hun dooierzak hebben verbruikt, zwemmen ze al snel in een school, die door de ouders zorgzaam bewaakt en gevoerd wordt.

 

Verzorging:

De grootte van de vis vereist een groot aquarium, daar de dieren territoria vormen.
Naast voldoende schuilplaatsen en planten moet echter ook voldoende zwemruimte aanwezig zijn.
De kweek is niet moeilijk.

Blauwe acara's zijn, behalve tijdens de broedzorg, vreedzaam.
Temperatuur:
22-26 °c.
Voedsel: tubifex, kleine regenwormen, muggelarven en watervlooien.