AEQUIDENS PORTALEGRENSIS Groene acara

Dieren index » Zoetwater dieren

       

Orde:

PERCIFORMES,Baarsachtigen.

 Familie:

CICHLIDAE, Sierbaarzen.

Naamsverklaring :

Aequidens: met evenlange tanden; portalegrensis: van Porto Alegre.

Herkomst:

De Groene acera's leven op rustige plaatsen van Zuid­braziliaanse en Boliviaanse meren, rivieren en beken.

Uiterlijk en gedrag:

De zijdelings afgeplatte, in de lengte ovale lichaamsvorm komt overeen met die van de andere soorten van dit geslacht.
De relatief grote kop geeft het dier een indrukwekkend aanzien. De foto toont het dier in de normale kleur.
Op een groengele ondergrond loopt een niet volledige band van het oog tot het midden van de romp.
Bij goede observatie ziet men, dat iedere schub een donkere rand heeft, die de vis het aanschijn geeft in een haarnet gehuld te zijn.

Als men herkomst, ouderdomsvariaties en grondkleur buiten beschouwing Iaat, kan men zien dat een Groene acara diverse stemmingen zoals woede en angst in zijn kleur uitdrukt.
Zoals een donkere kledij in onze samenleving rustig werkt, bonte kleding daarentegen vrolijk, werkt een contrastrijk gekleurde Acara op zijn rivalen indrukwekkend, hij wil zijn tegenstander imponeren.
Dezelfde kleuren moeten een uitverkoren vrouwtje beïnvloeden. Omgekeerd signaleert een overwonnene in de strijd zijn onderwerping door het afleggen van zijn bonte
kleuren: hij verbleekt.
De sterkere ziet daarop af van verder vervolgen.
Zulke gevechten zijn bij Cichliden algemeen en voeren in een groep tot de vorming van een soort rangorde, die door alle leden van de groep wordt gerespecteerd.
Echt vechtende mannetjes bijten zich met de bekken in elkaar vast.
Bek tegen bek staand begint het getrek en geduw, waarbij elke vis probeert de andere van zijn plaats te dringen.
Zoals de meeste Cichliden vormen ook de Groene acera's territoria, die tegen binnendringende rivalen heftig worden verdedigd.
Bij zulke gevechten wint de verdediger, aangezien hij in zijn eigen territorium zijn grootste gevechtskracht heeft.
Hier geldt dus, dat wie in een vreemd gebied doordringt de minste kansen heeft.
Zulke gevechten leiden tot een juiste afpaling van de territoria, hoewel het aan de grenzen nog wel tot gevechten komt.
Naast de met de stemming veranderde kleuren, tonen

de vissen in de paartijd ook kleurveranderingen.
Mannetje en vrouwtje hebben dan een bijna geheel zwarte grondkleur en op het kieuwdeksel een bronsgroene vlek.
Balts, eiafzetting en broedzorg zijn gelijk aan die van
A, pulcher,

Verzorging:

Groene acara's woelen graag in de bodemgrond.
Hier maken ze vooral in de paartijd vele uithollingen.
Er moeten dus onbeplante plaatsen aanwezig zijn,
Planten kunnen door grote kiezelstenen tegen het uitgraven worden behoed.
Temperatuur: 22-26°C.
Voedsel: regenwormen, watervlooien en endrytreeën.
Jonge vissen moeten in het begin rijkelijk met infusoriën worden gevoed.
Na 10 dagen kan men Cyclops geven en na 14 dagen gehakte tubifex.