EUTROPIELLUS DEBAUWI

Dieren index » Zoetwater dieren

             

Orde:

SILURIFORMES, Meervalachtigen.

Familie:

SCHILBEIDAE, Glasmeervallen.

Naamsverklaring:

Eutropiellus: de kleine welgevoede: debauwi: naar M. de Bauw.

Herkomst:

Het stroomgebied van de Kongo.

Uiterlijk en levenswijze:

De hoofdkenmerken van alle echte Glasmeervallen zijn de kleine, ver naar voren staande rugvin, een gevorkte staartvin, een kleine vetvin en een zeer lange aarsvin.
Eutropiellus
is een van de kleinste geslachten van de familie en leeft in scholen.
E. debauwi heeft niet dezelfde doorzichtigheid als de andere Glasmeervallen: de grondkleur is melkachtig troebel en is afhankelijk van de belichting grijs of blauw doorschijnend.
De 3 zwarte lengtestrepen lijken soms een violette glans te hebben.
De foto toont het dier in zijn kenmerkende zwemhouding: de staart enigszins naar beneden.
Door bewegingen met het gehele lichaam zwemmen ze traag in het rond.
Over de voortplantingswijze en de ontwikkeling van het broed is niets bekend.

Verzorging:

In tegenstelling tot de bodembewonende aard van de meeste meervallen zwemt E. debauwi in het vrije water.
Plaatselijk dichte plantengroei als toevluchtsoord is gewenst.
Glasmeervallen voelen zich pas in een school het best, dus niet als enkel exemplaar houden.
Temperatuur: 24-27°c.
Als voedsel nemen ze zowel droogvoer als het normale levende voer van watervlooien en tubifex.