EUCTENOGOBIUS BADIUS

Dieren index » Zoetwater dieren

             

Lengte: 10 cm.

 

Bak: 80 cm.

 

Laag: onder.

 

Water: pH 65--8; matig hard tot hard; 25-27°C.

 

Inrichting: bak met rivierzand bodem, waarin de dieren naar voedsel zoeken en graven.
Elk dier moet een schuilplaats hebben; de mannetjes vechten met wijd opengesperde bek.

 

Gezelschap: geen grote vissen.

 

Voer: fijn levend en droogvoer dat naar de bodem zinkt.

 

Geslachtsonderscheid: mannetje met grotere bek.

 

Kweek: de vrouwtjes zetten af in de holen van de mannetjes.
De opfok van de zeer kleine larven is tot dusverre niet gelukt

 

Biotoop: rivieren langs de Atlantische kant van noordl. Z.-Amerika; waarschijnlijk boven zandbodems.