EPIPLATYS DAGETI Dwarsbandsnoekje

Dieren index » Zoetwater dieren

             

Orde:

 

CYPRINODONTIFORMES, Tandkarperachtigen.

 

Familie:

 

CYPRINODONTIDAE, Eierleggende tandkarpers.

 

Naamsverklaring:

 

Epiplatys : van boven vlak; dageti: naar M. Daget.

 

Herkomst:

 

West-Afrika: Zuidwest-Liberia tot aan de Ivoorkust.

 

Uiterlijk en levenswijze:

 

In het grote verspreidingsgebied worden geografische rassen onderscheiden, die zich door kleur en uiterlijk onderscheiden.
De beide afgebeelde exemplaren behoren tot de ondersoort 'monroviae', die in Zuidwest-Liberia leeft.
In de aquaristiek heeft deze vis zeer lang de naam E. chaperi gevoerd, maar deze naam komt aan een andere soort toe.
De vissen hebben 4 donkere dwarsbanden. die beginnen ter hoogte van de aarsvin voorkant, en een streep achter de borstvin.

Het mannetje heeft een lichtrode keelpartij en een donker omrande aars- en staartvin.
De foto toont op de voorgrond het mannetje, daarachter het vrouwtje.
De lichaamsvorm is langgerekt. V
an kop tot tweederde lichaamslengte is de ruglijn recht.
De ver naar achter gelegen rugvin onderstreept de snoekvorm.
E. dageti laat zich goed in het aquarium houden en plant zich gemakkelijk voort.

 

Verzorging:

 

De vissen houden zich het meest op in de bovenste waterlagen, zwemmen veel en hebben daar een goede zwemruimte voor nodig.
Bij het afzetten van hun eieren hechten de vrouwtjes deze aan planten.

Daar de eieren graag door de ouders worden gegeten, hangt men voor de kweek bosjes fijnbladerig groen in de bak.
Na het afzetten kan men de plantenbosjes in een kweekbak doen.

De beste temperatuur is 21 tot 28°c.
Zwakzuur water, dat niet te dikwijls mag worden verwisseld, is gewenst.
Ze eten droogvoer, tubifex, watervlooien en kleine insekten.