EIGENMANNIA VIRESCENS Groene mesvis

Dieren index » Zoetwater dieren

             

Orde:

CYPRINIFDRMES,Karperachtigen.

Familie:

 RAMPHICHTHYIDAE,Mesvissen.

Naamsverklaring:

Eigenmannia: naar C. H. Eigenmann : virescens: groenig.

Herkomst:

Zuid-Amerika, van de Rio Magdalena tot La Plata.

Uiterlijk en levenswijze:

In de klasse van de Beenvissen hebben de Mesvissen een even opvallende als zeldzame lichaamsvorm.
De sterk zijdelings afgeplatte romp loopt naar achteren uit in een zeer lange, zweepvormige staart.
Daarbij doet het ontbreken van rug- en staartvin vreemd aan.
Ook de buikvinnen ontbreken.
Vanaf de plaats van de borstvinnen loopt de aarsvin bijna langs de gehele buik.
De aarsvin eindigt enkele centimeters voor het staartuiteinde en is het voornaamste voortbewegingsorgaan.
Terwijl de romp recht is, lopen door de aarsvin golfvormige bewegingen
hiermee kan de vis zich onopvallend naar de prooi begeven en zowel in voorwaartse als in achterwaartse richting zwemmen.
De dunne staartpunt dient bij het achteruit zwemmen als tastorgaan en veroorlooft de vis achter zich gelegen hindernissen te ontwijken.
Vanwege zijn bijzondere wijze van voortbewegen is de groene mesvis een aantrekkelijk waarnemingsobject.
De lichaamsholte met alle organen is tot een kleine ruimte achter de kop beperkt, wat op de foto goed te zien is.
De lengtestrepen en - bij jonge dieren - de dwarsstrepen kunnen ook geheel ontbreken.

Verzorging:

Een goed beplante bak lijkt op de natuurlijke levensomstandigheden van de vissen.
De in het begin zeer schuwe dieren worden op den duur mak, als er maar voldoende schuilplaatsen tussen de planten en takken zijn en het licht gedempt blijft.
Temperatuur: 22 tot 28°c.
Als voedsel neemt de mesvis tubifex, watervlooien, muggelarven, slakken en ook kleine vissen.
Men kan de vissen een roversnatuur niet ontzeggen.
De kweek is tot heden niet gelukt