EIGENMANNIA LINEATA

Dieren index » Zoetwater dieren

             

Lengte: ca. 25 cm.

Bak: 120 cm.

Laag: midden, boven.

Water: pH 6-7,5; zacht tot hard; 25-29 °C.

lnrichting: drijfplantendek, bij voorkeur van mosselplanten.
Een klein groepje van 4·5 dieren houden, het best 1 mannetje met 3-4 vrouwtjes. Overdag aktief (in tegenstelling tot andere Mesvissen).

Gezelschap: alleen bodemvissen of vreedzame scholenvissen die niet in vinnen bijten.

Voer: muggenlarven.

Geslachtsonderscheid: mannetje groter, dikkere staartsteel.

Kweek: bevordering van kuitrijpheid door regentijd-imitatie met zacht water (Kirschbaum-methode).
Kuitrijpe vrouwtjes zetten af in de wortel massa van 'hun eigen' drijfplant.
De eieren verzamelen en naar een opfokbak overbrengen.
Eerste opfokvoer: artemia-naupliën.

Biotoop: onder drijf­plantenvelden in tropisch Z.-Amerika.

Vergelijkbare soorten: andere Eigenmannia-soorten, die groter worden; ze zijn moeilijk uit elkaar te houden.
Verscheidene soorten zijn geïmporteerd.

Opmerking: de foto laat een jong dier zien.
De Groene mesvissen, waarvan Eigenmannia lineata er een is, heffen tijdens de balts en bij de ei-afzetting bijzondere 'elektrische liederen' aan.
Met behulp van een versterker, een luidspreker en twee elektroden kan men deze 'liederen' hoorbaar maken.