DICROSSUS FILAMENTOSUS

Dieren index » Zoetwater dieren

Lengte: 9 cm.

Bak: 80 cm.

Laag: onder, midden.

Water: pH 5-6,8; zacht; 24-27°c.

Inrichting: goed beplante bakken met kien­houtwortels en holenachtige schuilplaatsen.

Gezelschap: karperzalmen van de hogere waterlagen.

Voer: klein levend voer.

Geslachtsonderscheid: vrouwtjes kleiner, kortere vinnen, in afzetstemming buikvinnen rood.

Kweek: schuilplaatsbroeder met vader-moederfamilie.
Water extreem zacht, zuur (pH ca. 5).
Eerste opfokvoer. artemia-naupliën.

Biotoop: beken en rivierbochten in het stroomgebied van de Rio Negro en Orinoco